Socioloog Beate Völker: ‘Elke week appeltaart bakken met je buren hoeft echt niet’
Hoofdafbeelding
Wat houdt een buurt bij elkaar - en wat drijft mensen uit elkaar? Socioloog Beate Völker onderzoekt het al jaren. Ze bestudeerde sociale cohesie in werkorganisaties, ziekenhuizen, gevangenissen en scholen. Als directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving richt ze zich vooral op wat er gebeurt als cohesie niét meer functioneert. Maar het liefst gaat ze op onderzoek uit in de buurt: wat is er daar nodig om mensen te verbinden? Tijdens De Tussenruimte op 24 juni deelt ze haar belangrijkste inzichten. In aanloop naar de bijeenkomst gingen we alvast met haar in gesprek.
Wat is er zo interessant aan buurt- en wijkbewoners?
‘Een buurt is een setting zonder regels. In een organisatie heb je regels, rituelen, afspraken waar mensen zich aan moeten houden. In buurten is dat eigenlijk veel minder. Je kunt kiezen er alleen te zijn als je moet slapen, of juist de hele dag buiten op je stoep zitten praten. Dat maakt het heel open: mensen moeten het zelf met elkaar organiseren.’
Burenrelaties zijn grillig en vaak best wel zwak, maar toch heb je elkaars huissleutels.
Waarom lukt dat in sommige buurten niet?
‘Van een aantal factoren weten we dat ze sociale cohesie lastig maken. Utrecht Overvecht (de wijk die centraal staat in de komende Tussenruimte, red.) heeft veel van die eigenschappen. Er wordt veel verhuisd, het is er relatief arm, en de bewoners hebben veel verschillende achtergronden. Als je niet weet of iemand waar je vandaag een praatje mee maakt, er morgen nog woont, dan biedt dat weinig houvast.’
Overvecht is een wijk waar sociale cohesie onder druk staat. Bestaat er ook zoiets als te veel sociale cohesie?
‘Sociale cohesie kan ook risicovol zijn. Je bent dichter bij elkaar, dat betekent ook dat je van veel meer dingen iets moet vinden en zeggen. Buren zien veel van elkaar, zonder dat er een woord gecommuniceerd wordt. Je weet of iemand veel werkt, wat voor kinderen hij heeft, of hij ruzie heeft met zijn vrouw, hoeveel er gedronken wordt. Je weet héél veel – en je zegt er niets over tegen elkaar. Burenrelaties zijn grillig en vaak best wel zwak, maar toch heb je elkaars huissleutels. Die afstand, dat vinden veel mensen eigenlijk heel prettig.’
Wat ik terugzie in onderzoek, staat eigenlijk haaks op wat politici en gemeenten soms veronderstellen.
Zijn buurten in onzekere tijden als deze belangrijker geworden?
‘Buurten zijn een toevluchtsoord. Als je het even niet meer weet met Rusland, Amerika en alles daartussenin, kun je je in je buurt ten minste veilig voelen. De overheid heeft ook door dat buurten in noodsituaties heel belangrijk worden. In het noodpakketboekje stond bijvoorbeeld: praat met je buren. Maar dat moeten we nog veel meer benadrukken: in geval van nood hebben we elkaar nodig. Kijk wat je kunt delen, dát miste ik in dat boekje. Er kunnen zo tien mensen tegelijkertijd naar een noodradio luisteren. Maar ook in gewone tijden - ook nu - is de buurt de plek waar je veilig bent. Het is je huis.’
Wat kun je alvast verklappen over je lezing op 24 juni?
‘Dat wat ik terugzie in onderzoek, eigenlijk haaks staat op wat politici en gemeenten soms veronderstellen. Je buren hoeven niet je vrienden te zijn. Elke week samen appeltaart bakken hoeft helemaal niet – dat weten we eigenlijk heel zeker.’
Wat er dan wél nodig is voor een goed functionerende buurt? Dat vertelt Völker op 24 juni tijdens De Tussenruimte in Utrecht.
Wil je er ook bij zijn? Aanmelden kan via deze link.