Filosoof Marjan Slob opent Tussenruimte in Utrecht

Hoe creëren we een publieke ruimte waarin we elkaar kunnen vinden en vertrouwen, een ‘tussenruimte’? Over die vraag bogen een zestigtal mensen zich woensdag 25 juni in het ZIMIHC Theater Stefanus in Utrecht Overvecht. Utrechter en filosoof Marjan Slob dacht mee. 

Twee studenten presenteren hun onderzoek, de dagvoorzitter staat ernaast.
Marjan Slob aan het woord.
Van achter de dagvoorzitter kijken we richting een volle zaal.
Een groep deelnemers, waaronder Marjan Slob, discussieert aan een tafel.
In gesprek wijst een deelnemer naar een print op tafel.
Een student aan het woord, naast haar staat de dagvoorzitter.
Een deelnemer luistert aandachtig.
Een groep in gesprek rondom een tafel.
Twee studenten presenteren hun werk.

“Ergernissen in de publieke ruimte horen bij de grote stad,’’ vertelde zij in haar inleiding, “want de stad bestaat uit zeer verschillende mensen, en daar heb je mee te dealen als je er woont.’’ Vanwege die grote verschillen is een stad ook intrinsiek een onveilige plek. “Als je het echt veilig wilt hebben moet je in een gated community gaan wonen.’’ Leven in de stad is ook een democratische oefening, aldus Slob. “Hoe kan ik als vrouw bijvoorbeeld samenleven met mensen die vrouwen hun rechten ontzeggen? Hoe leef je dan samen in één publieke ruimte?’’ 

Je moet kijken naar welke waarden er onder iemands opvattingen liggen

De filosoof en voormalig Denker der Nederlanden kwam tot de conclusie dat het voor een veilige en vrije publieke ruimte nodig is om open te staan voor wat de ander beweegt. “Het heeft geen zin om elkaar met feiten en argumenten om de oren te slaan. Je moet het ook niet over belangen hebben, maar kijken naar welke waarden er onder iemands opvattingen liggen.’’ Die kun je misschien wel van elkaar begrijpen en “dan ontstaat er ruimte waarin we met elkaar in gesprek kunnen komen, zonder het per se met elkaar eens te moeten worden’’.

Slob haakte in op onderzoek in Overvecht-Zuid dat studenten sociale geografie van de Universiteit Utrecht aan het begin van de bijeenkomst hadden gepresenteerd. Zij hadden het gemengde huurwoningproject De Mix onderzocht. Door de plaatsing van hekken in de binnentuin waren er vluchtroutes geblokkeerd voor criminelen en daarmee was het veiliger geworden. Maar dat ging ten koste van de onderlinge contacten van bewoners. "Wat eerst een hele gezellige buurt was,’’ vertelde student Teddie, “is nu een meer individualistische buurt geworden, waar mensen minder naar elkaar omkijken.’’ De studenten concludeerden dat veiligheid hier ten koste gaat van sociale cohesie.

“Het is in De Mix dus veiliger geworden, maar ook onvrijer, omdat mensen elkaar niet meer ontmoeten’’, aldus Slob. Ze vond het ook ‘niet verstandig’ om veiligheid en vrijheid tegenover elkaar te stellen, alsof het gaat om een keuze tussen veiligheid of vrijheid. “Anderen uitsluiten is ook jezelf insluiten. Je zet een hek om jezelf heen. En het is ook gevaarlijk, als je in nood bent en hulp nodig hebt.’’ Zoek dus die tussenruimte, een plek waar je ,,een stedelijke mentaliteit kunt ontwikkelen en cultiveren’’. Slob vergeleek het met een terras: “Een terras heeft de rugdekking van het café en is open naar het plein; het is dus tegelijk veilig en vrij. Zoals de tussenruimte zou moeten zijn.’’

Waarom gaat ‘sociale cohesie’ eigenlijk altijd over ‘probleemwijken’ als Overvecht en niet over bijvoorbeeld Bloemendaal?

In kleine groepjes bespraken de deelnemers verschillende stellingen die uit de onderzoeken van de studenten en de inleiding van Marjan Slob voortkwamen. Zoals de stelling: Hoe veiliger de wijk, hoe zwakker de sociale cohesie. “Waarom gaat ‘sociale cohesie’ eigenlijk altijd over ‘probleemwijken’ als Overvecht en niet over bijvoorbeeld Bloemendaal?’’ vroeg een groepje zich af. 

Aan een andere tafel boog men zich over de stelling: In de publieke ruimte verdienen emoties zoals schaamte en boosheid evenveel aandacht als argumenten en feiten. Vanuit eigen ervaringen en ideeën gaf de ene deelnemer aan dat dit per situatie verschillend kan zijn, en zei een ander dat emoties vaak het beste tot hun recht komen in kleinschalige bijeenkomsten. Een volgende merkte op: “Luisteren is cruciaal, maar de (werk)omgeving maakt dit vaak niet mogelijk.’’ Iedereen was het erover eens dat emoties moeten meetellen, al is dat moeilijker naarmate kwesties complexer zijn. En: “Het is ook wel lekker om je in je eigen gelijk te wentelen.’’ De conclusie van dit groepje luidde: “Je kunt pas over feiten praten als je elkaars emoties kent en vertrouwen hebt dat ze serieus worden genomen.’’

Dat er sprake kan zijn van schaamte in de publieke ruimte bleek wel heel letterlijk uit onderzoek door studenten van ROC Midden Nederland. Zij hadden bewoners van Overvecht op straat, bij het winkelcentrum, verzorgingshuis, gezondheidscentrum, gevraagd naar hun bekendheid met de Voedselbank. Daaruit kwam naar voren dat veel mensen wel weten van de Voedselbank, maar zich ervoor schamen (familie-eer speelt hier een rol) en daarom liever niet gaan of een Voedselbank bezoeken die meer uit de buurt ligt. Ook is – ongegronde – angst voor het verlies van toeslagen een factor om de Voedselbank te mijden.

Sommige ambtenaren vinden het moeilijk om mensen te bereiken

Studenten van de Universiteit voor Humanistiek hadden ambtenaren van het stadhuis bevraagd op hoe zij inwoners van Utrecht bij de uitvoering van gemeentebeleid betrekken. De ambtenaren worden geacht dit proactief te doen en ervaren druk, vertelden studenten Amber en Lianne. “Sommigen vinden het moeilijk om mensen te bereiken. De vorm van samenwerking met inwoners maakt ook veel uit. En hoe spreek je mensen op straat aan, mag je bijvoorbeeld kinderen ook iets vragen?’’ 

Deze presentatie leidde meteen tot een testcase voor de ‘pioniersbijeenkomst’ van de Utrechtse Tussenruimte. De UvH-studenten vonden het mooi om te horen dat hun medestudenten van de ROC heel makkelijk op buurtbewoners afstapten. Marjan Slob grapte vervolgens dat de ambtenaren ‘misschien op stage’ zouden kunnen bij de ROC-studenten, waarop een ambtenaar in de zaal geprikkeld reageerde: “Door te zeggen: studenten kunnen mensen wel aanspreken en ambtenaren niet, haal je een groep mensen onderuit, wat niet nodig is. En zo haal je mensen uit elkaar, wat jammer is in een ‘tussenruimte’ zoals hier.’’ Slob nam haar opmerking direct terug, en stelde tegelijk vast dat ambtenaren het niettemin complex vinden om met bewoners in gesprek te gaan. En zo werd in het gesprek toch weer gemeenschappelijke grond gevonden. 

---

Deze eerste bijeenkomst van De Tussenruimte in Utrecht wordt de komende weken uitgebreid geëvalueerd. De deelnemers hebben een enquêteformulier ontvangen. Er zullen gesprekken worden gevoerd met enkelen van hen om te bezien of deze manier van Tussenruimte creëren iets toevoegt in Utrecht, of dat het toch nog anders zou kunnen. In het najaar gaan we met de conclusies in de hand verder. 

Mocht u nog suggesties hebben naar aanleiding van de eerste Utrechtse Tussenruimte: mail naar info@tussenruimte.live.